Paleis Kneuterdijk in Den Haag is een monumentaal gebouw met een rijke en gevarieerde geschiedenis. Zo werd het gebouw als adellijk woonhuis, werd het een koninklijk paleis en huisvest het tegenwoordig de Raad van State.
Oorsprong en bouw
Het paleis werd in 1717 gebouwd in opdracht van Johan Hendrik van Wassenaer Obdam, een vooraanstaande edelman en staatsman. Het ontwerp kwam van de beroemde Franse architect Daniël Marot, die werkte in de barokke Lodewijk XIV-stijl. Het paleis werd gebouwd op de hoek van de Kneuterdijk en het Lange Voorhout en vormde de binnenste kern van het huidige complex van de Raad van State.

Koninklijke eigendom
In 1816 kocht koning Willem I het paleis voor zijn zoon, kroonprins Willem, en diens Russische vrouw grootvorstin Anna Paulowna. Het paleis werd grondig verbouwd en uitgebreid, onder andere met een neoclassicistische balzaal en een huiskapel voor de orthodoxe Anna. Later werd het paleis het vaste verblijf van koning Willem II en zijn vrouw, die er tot zijn dood in 1849 woonden.

Uitbreidingen en Gotische Zaal
Willem II liet tussen 1840 en 1848 het paleis verder uitbreiden, waaronder de bouw van de Gotische Zaal. Deze zaal, geïnspireerd op Christ Church te Oxford, was bedoeld voor het herbergen van zijn kunstcollectie. De Gotische Zaal is het enige overgebleven deel van deze uitbreidingen, omdat de rest in 1882 werd afgebroken vanwege bouwtechnische problemen.

Modern gebruik
Na de Tweede Wereldoorlog werd Paleis Kneuterdijk gebruikt voor diverse doeleinden, waaronder de processen tegen Nederlandse oorlogsmisdadigers. In 1983 nam de Raad van State het complex in gebruik en na een uitgebreide renovatie werd het in 2011 officieel heropend door koningin Beatrix. Tegenwoordig is het paleis het zetel van de Raad van State en vindt er regelmatig muziekuitvoeringen plaats in de Gotische Zaal.