Het Catshuis, gelegen aan de Adriaan Goekooplaan 10 in Den Haag, werd in 1652 gebouwd voor de dichter en politicus Jacob Cats (1577-1660) op zijn landgoed Sorghvliet. Cats kocht in 1643 grond tussen Den Haag en Scheveningen om zijn dagelijkse zorgen te ontvluchten, en liet een eenvoudig huis zonder bovenetage ontwerpen door stadsarchitect Claes Dircx van Balckeneynde. De tuin was het pronkstuk, met ramen gericht op de klassieke aanleg langs de Haagse Beek.
Eigenaren en verbouwingen
Na Cats’ dood in 1660 ging Sorghvliet in 1675 over naar Hans Willem Bentinck, kamerheer van Willem III, wiens zoon in 1738 een klokkentoren met bronzen klok toevoegde. Koning Willem II bezat het landgoed van 1837 tot 1849 en verfraaide het huis, maar woonde er nooit. In 1903 kocht Adriaan Goekoop het, die het uitbreidde met zijvleugels en een tuinzaal; zijn vrouw restaureerde het in 1919-1921 in 17e-eeuwse stijl.

Tweede Wereldoorlog en Naoorlogse Jaren
Tijdens de oorlog dreigde sloop voor de Atlantikwall, maar het historische waarde redde het Catshuis; in 1942 vestigden de Duitsers er de spionnenschool Agentenschule West, bezocht door figuren als Heinrich Himmler. In 1961 kocht de Staat het pand, en vanaf 1963 werd het de ambtswoning van de minister-president. Alleen premiers Marijnen, Cals, De Jong en Van Agt (1977-1982) woonden er met gezin; latere premiers gebruikten het voor officiƫle gelegenheden.
Moderne Rol en Gebeurtenissen
Na renovaties in 1999-2003 en een brand in 2004 (waarbij een schilder omkwam) heropende het Catshuis in 2006 als vergaderlocatie. Bekende momenten zijn het Catshuisoverleg in 2012 (val Rutte I), G7-top 2014, coronacrisisonderhandelingen en in 2024 ministerraadsvergaderingen vanwege de Binnenhof-renovatie. Vandaag dient het als ontvangstpaleis van de premier.
