Het Princessehof in Leeuwarden is een voormalig stadspaleis met een geschiedenis die teruggaat tot de middeleeuwen en nu dient als nationaal keramiekmuseum.
Oorsprong en vroege geschiedenis
Het Princessehof bestaat uit resten van de Liaauckemastins, een stins uit mogelijk de 15e eeuw, en een deel gebouwd rond 1622. In 1644 kwam het pand in bezit van het bekende Friese geslacht Van Aylva, en rond 1660 werd een rechthoekig gebouw met pilastergevel toegevoegd. Stadhouder Willem Lodewijk bewoonde het kort in 1584.

Naamgever: Maria Louise
In 1731 kocht Maria Louise van Hessen-Kassel, bijgenaamd Marijke Meu en weduwe van prins Johan Willem Friso, het pand als residentie. Ze liet het verbouwen door architect Anthony Coulon tot een U-vormig stadspaleis met een nieuwe ingang in de stinstoren en een voorplein. Hier bouwde ze een imposante keramiekcollectie op, die nu kern vormt van het museum.

Van woonhuis tot museum
Na haar overlijden in 1765 werd het paleis opgesplitst in woonhuizen; in 1898 werd M.C. Escher er geboren. Notaris Nanne Ottema, een keramiekverzamelaar, richtte in 1917 het Keramiekmuseum Princessehof op in het pand, inclusief zijn eigen collectie.
De collectie omvat Aziatische keramiek (van 2800 v.Chr. tot 1900), Europese stukken, Art Nouveau, moderne werken en de barokke stijlkamer van prinses Maria Louise. Het museum, beheerd door de Ottema-Kingma Stichting, breidt uit met tijdelijke exposities en trekt bezoekers met zijn historische architectuur en Escher-erfgoed

Bezoek. Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden is van dinsdag tot en met zondag open voor publiek. Klik hier voor meer informatie.