Stadhouderlijk Hof

Het Stadhouderlijk Hof in Leeuwarden is een voormalig paleis met een band met de Oranjes. Dit monumentale gebouw diende ooit als residentie voor de Friese stadhouders in de stad.

Het paleis vindt zijn oorsprong in 1587, toen stadhouder Willem Lodewijk een stadshuis van de Staten van Friesland als woning kreeg. In 1603 werd het aangrenzende Dekamahuis toegevoegd, waardoor het een kenmerkende U-vorm kreeg met een binnenhof.

Stadhouder Willem Lodewijk, graaf van Nassau-Dillenburg.

Door de eeuwen heen werd het uitgebreid en verfraaid: renaissance trapgevels met leeuwen en wapens sierden de gevels, en in de 17e eeuw telde het 37 rijk gedecoreerde vertrekken met maar liefst 288 schilderijen.

De Friese Nassaus, zoals Willem Lodewijk en latere stadhouders, maakten het tot hun hof. Willem IV verliet het in 1747 toen hij ook stadhouder werd van de andere gewesten in de Republiek. Wel bleef het in bezit van de Oranjes.

In 1795 eindigde het stadhouderlijk tijdperk met de Bataafse Revolutie, maar koning Willem I kocht het na de Franse periode in 1814 terug als verblijf voor noordelijke bezoeken. Later, van 1880-1881, werd het verbouwd tot residentie van de commissaris van de koning.

​Tot 1971 bleef het in bezit van de koninklijke familie; koningin Juliana verkocht het toen aan de gemeente Leeuwarden met de eis dat de benedenverdiepingen origineel bleven. In 1996 opende het als Fletcher Hotel-Paleis Stadhouderlijk Hof.