
Het Bentinckhuis aan de Lange Voorhout 7 in Den Haag is een rijksmonument met een geschiedenis van meer dan 600 jaar.
Oorsprong en vroege geschiedenis
De plek van het Bentinckhuis kende al in de 13e eeuw bebouwing, met resten die teruggaan tot die middeleeuwse tijd. In de 17e eeuw voegde François van Aerssen van Sommelsdijck meerdere panden samen tot wat later het Bentinckhuis zou worden, midden in het chique Lange Voorhout – een uitloper van het Haagse Bos.
Verschillende kelders en muren van wisselende dikte onthullen nog steeds deze gelaagde bouwgeschiedenis.
De Bentinck-familie
Van 1700 tot 1815 behoorde het pand toe aan drie generaties Bentincks, die het in 1700 ingrijpend verbouwden. Hans Willem Bentinck, vertrouweling van koning-stadhouder Willem III, breidde het uit met gestucte plafonds.
Zijn zoon Willem huurde het zelfs uit aan stadhouder Willem IV en Anna van Hanover, die er van 1747-1751 woonden. Een tragisch liefdesverhaal markeert deze periode: Willems huwelijk met Charlotte-Sophie von Aldenburg eindigde in een scheiding.
Recente geschiedenis

In 1819 kocht de Staat der Nederlanden het pand en verbouwde het in sobere empirestijl. Een brand in 1844 verwoestte het rechterdeel toen het pand dienst deed als ministerie van Marine.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende nr. 7 als hoofdkwartier van generaal Winkelman, waar de capitulatie van Nederland werd besloten.
Na private eigenaren sinds 1996 (met uitbreiding in 1997) kocht NSI het in 2018.