Paleis aan het Plein

Het Paleis aan het Plein in Den Haag, ook bekend als het Logement van Amsterdam, is een iconisch gebouw met een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 17e eeuw. Oorspronkelijk gebouwd als verblijf voor Amsterdamse afgevaardigden aan de Staten van Holland, diende het later als koninklijk paleis en diverse overheidsinstellingen.

Oorsprong als logement

Het gebouw aan de oostzijde van het Plein werd tussen 1736 en 1743 opgetrokken ter vervanging van oudere, vervallen panden die Amsterdam sinds 1618 bezat. Ontworpen door architect Isaac de Moucheron in Lodewijk XIV-stijl, met een monumentale gevel, twee ingangen en het Amsterdamse wapen erboven, bood het onderdak aan afgevaardigden bij de Staten van Holland. De eerste steen werd gelegd door de jonge Jan Six op 1 april 1737, en het huisvestte luxueuze kamers, keukens en een tuin met koetshuis.

Koninklijk paleis (1814-1849)

Na de Franse tijd kocht de staat het pand van Amsterdam en verbouwde rijksarchitect Ziesenis het tot een eenheid voor koning Willem I. Prinses Wilhelmina van Pruisen (1751-1820), de moeder van koning Willem I, en haar dochter Louise namen er in 1814 intrek, gevolgd door prins Willem Frederik Karel en later prinses Marianne. Tussen 1839 en 1849 woonde prinses Sophie van Württemberg er met de latere koning Willem III, waar hun zonen Willem en Maurits werden geboren; de interieur werd in empire-stijl ingericht.

Overheidsgebruik na 1849

Vanaf 1853 huisvestte het het Algemeen Rijksarchief, met uitbreidingen in de tuin. In 1907 diende het als secretariaat voor de Tweede Vredesconferentie en vanaf 1912 als Ministerie van Buitenlandse Zaken tot 1984. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het hoofdkwartier van rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart.

Huidige functie

Sinds 2003 is het in gebruik bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal als werkruimte voor ambtenaren en vergaderzalen. Ook vinden parlementaire gehoren hier plaats.