Paviljoen Von Wied

Het Paviljoen Von Wied, gelegen op Scheveningen, is een iconisch neoclassicistisch buitenverblijf met een koninklijke geschiedenis. Oorspronkelijk gebouwd als cadeau voor koningin Wilhelmina van Pruisen, onderging het gebouw meerdere transformaties.

Oorsprong als koninklijk cadeau

Koning Willem I liet het paviljoen in 1826-1827 bouwen door architect Adriaan Noordendorp als verjaardagscadeau voor zijn echtgenote, koningin Wilhelmina van Pruisen. Het neoclassicistische ontwerp heeft de vorm van een kruis, met bij de entree stroomgoden Waal (met drietand) en Maas (met roeispaan). Koningin Wilhelmina, die vanwege gezondheidsproblemen veel aan zee moest verblijven, tekende en schilderde er veel en overleed tien jaar na de voltooing in 1837.

Overgang naar de familie Von Wied

Na Wilhelmina’s dood werd het paviljoen nagelaten aan prins Frederik, die er zelden kwam. Na zijn dood in 1881 erfde zijn dochter prinses Marie Von Wied het paviljoen. Getrouwd met Willem Adolf van Wied, kreeg het gebouw de naam Paviljoen Von Wied en bleef tot 1911 in familiebezit. In 1911 kocht Edward Titus Rubinstein het, om het in 1918 door te verkopen aan SociĆ«teit De Witte, daardoor nu ook wel Paviljoen De Witte genoemd.

Verbouwingen en moderne functie

In 1926 volgde een grote verbouwing onder architect J. Limburg, waarbij driekwart van de grond werd verkocht voor herenhuizen ontworpen door Yme Bouma en J. Kooyman. De laatste ingrijpende renovatie in 1994, door Wim Quist, integreerde eronder Museum Beelden aan Zee, gewijd aan moderne beeldhouwkunst.